Schoolbesturen VS Onderwijskwaliteit

In Nederland worden schoolbesturen door het ministerie van OCW verantwoordelijk gehouden voor de kwaliteit van het onderwijs. Maar hoe zij invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit, is nauwelijks bekend. Dat blijkt uit de literatuurstudie van Marlies Honingh aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Er is nog geen gedegen onderzoek gedaan naar de relatie tussen Nederlandse schoolbesturen en onderwijskwaliteit, dus wordt er gesteund op de richtlijnen die zijn ontstaan uit Brits en Amerikaans onderzoek. Dat is niet verstandig, aldus Honingh: ‘Het onderwijssysteem in Nederland verschilt heel erg met de Britse en Amerikaanse systemen. Het is daarom moeilijk te zeggen of deze kwaliteitsrichtlijnen ook toepasbaar zijn op het Nederlandse onderwijs.’ Ook de meetmethode van de onderwijskwaliteit wordt door Honingh in twijfel getrokken: ‘De resultaten van de leerlingen zijn nu leidend bij het analyseren van de onderwijskwaliteit, terwijl andere factoren zoals de maatschappelijke inbedding of tevredenheid onder leerlingen niet worden meegenomen.’

Toch zijn er wel enkele (voor de hand liggende) kenmerken van schoolbesturen die bij kunnen dragen aan de onderwijskwaliteit. Zo is een goede relatie en gedeelde visie tussen het bestuur en de schoolleider heel belangrijk. Ook het betrekken van alle actoren binnen het bestuur en de scho(o)l(en) draagt bij aan de onderwijskwaliteit.

VBS is van mening dat kwalitatief goed onderwijs begint bij genoeg ruimte en autonomie voor schoolbesturen, waarbij de invulling van het onderwijs aansluit bij de richting en visie van de school. De richting en invulling moet volgens artikel 23 altijd overgelaten worden aan het schoolbestuur zelf.


Peter Warnders, senior adviseur en woordvoering
06 51 85 63 63
pwarnders@vbs.nl