Blog: Pleidooi voor ruimte voor nieuwe scholen

De afgelopen maanden zijn weer veel initiatieven gestart om nieuwe scholen te stichten. Een ontwikkeling die ik toejuich, mede omdat de initiatiefnemers vaak vernieuwende ideeën hebben als het om onderwijs gaat. Hierdoor blijft sprake van de broodnodige dynamiek in ons onderwijsbestel.

Bij het starten van een school moeten initiatiefnemers op dit moment nog altijd kiezen voor een ‘richting’ (of denominatie), bijvoorbeeld algemeen bijzonder of katholiek. Iets wat in mijn ogen niet meer altijd aansluit bij wat ouders beogen. Ik ben dan ook een warm voorstander van het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ zoals het vorige kabinet dat presenteerde en waarin de eis van richting zou verdwijnen.

Belemmeringen
Alle ouders en initiatiefnemers die een school willen stichten, verdienen een extra schouderklop. Het valt in Nederland namelijk nog steeds niet mee om een nieuwe school van de grond te krijgen. Een innovatief idee strandt nog te vaak. Er moet door middel van een prognose worden aangetoond dat een school in een bepaalde gemeente levensvatbaar is. Dit kan alleen indien er ruimte is voor, of binnen, een bepaalde richting (zie boven) in de betreffende gemeente. Op dit moment kiezen de meeste initiatiefnemers die hun school niet op specifiek religieuze grondslag starten voor de richting algemeen bijzonder. Verder kunnen andere scholen in de omgeving de nodige weerstand bieden. Kortom, het stichten van een school vergt kennis en doorzettingsvermogen. Initiatiefnemers en ouders kunnen dit niet alleen. VBS helpt ze hierbij, maar dan nog. Ligt de lat niet te hoog?

Kwaliteitseisen
Laat ik vooropstellen dat ik geen voorstander ben van het ongebreideld opengooien van de markt, zodat iedereen zijn gang kan gaan. De kwaliteit van de school moet goed zijn en de haalbaarheid reëel. Het gaat hier tenslotte om kinderen en hun toekomst. Ook moet elke nieuwe school zich aan de wet en beginselen van onze democratische rechtsstaat houden, alsook de eisen van de Onderwijsinspectie en de eisen van goed bestuur. Dat in dit kader de kwaliteitseisen zelfs iets omhoog gaan in de toekomst, daar kan ik me in vinden. Hierbij moeten we ons wel realiseren dat kwaliteit op papier aantonen leuk is, maar dat het zich uiteindelijk pas uitwijst in de praktijk.

Spanningsveld
En die praktijk is zo belangrijk. Want is de school eenmaal gesticht, dan begint het pas. Je moet personeel gaan werven, het HR-beleid vormgeven, werken aan de bestuurlijke structuur en gaan onderwijzen conform de pedagogische en didactische uitgangspunten. Het krijgen van goede huisvesting (verantwoordelijkheid gemeente) is vaak een knelpunt. Tegelijk moeten scholen in het primair onderwijs binnen vijf jaar aan het benodigd aantal leerlingen komen en is er sprake van een hoge stichtingsnorm (afhankelijk van gemeentegrootte minimaal 200 leerlingen). In het begin zijn scholen dan ook vaak (te) veel met PR bezig en minder met de inhoudelijke ontwikkeling. Iets waarvoor we moeten waken. Het zou mooi zijn als deze termijn wordt verlengd en de stichtingsnorm wordt verlaagd. Acht jaar zou mooi zijn en de tijd geven om acht groepen (in het PO) te vullen. Het komt de kwaliteit ten goede. Helaas lijkt men nog niet zo ver om ook de stichtingsnorm te verlagen.

Onderwijsminister Arie Slob is nu aan zet. Wij moedigen hem aan - zoals in het regeerakkoord aangegeven - binnenkort het wetsvoorstel naar de Kamer te sturen en zien uit naar een vruchtbare dialoog om er met elkaar voor te zorgen dat kwalitatief goede en vernieuwende onderwijsideeën meer kans krijgen.  

Edward Moolenburgh, emoolenburgh@vbs.nl