‘Bekostigingsmodel vo is in zijn eenvoud verbetering’

‘In zijn eenvoud is het nieuwe bekostigingsmodel voor het vo een verbetering’, vindt Jessica Baart rector-bestuurder van VBS-lid Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven. Cees Molsbergen, directeur-bestuurder van VBS-lid het Erasmus College in Zoetermeer, is ‘tevreden dat het onrechtvaardige stelsel gewijzigd gaat worden’.
 
‘Het scheelt dat we erop vooruitgaan, dat is altijd positief’, zegt Baart. Volgens berekeningen op de site van het ministerie van Onderwijs zal het Lorentz Casimir Lyceum jaarlijks tussen de 30 en 80 duizend euro extra ontvangen. Financiële planningen maken wordt niet eenvoudiger. ‘Grillige incidentele bijdragen en bijstellingen tussendoor bezorgen ongemak, niet het bekostigingssysteem’, verklaart Baart.
 
Bedragen leerlingen en vestigingen
Het nieuwe systeem bestaat uit twee bedragen voor leerlingen (een hoger bedrag voor bovenbouw vmbo en praktijkonderwijs) en bedragen voor een hoofdvestiging en nevenvestiging. Het hogere bedrag voor een nevenvestiging is om kleine, kwetsbare schoolbesturen te ontzien. Baart: ‘Wij hebben 1200 leerlingen, maar bijvoorbeeld een categorale mavo van een paar honderd leerlingen verdient bescherming. En het is goed dat er onderscheid gemaakt wordt tussen de twee groepen leerlingen.’
 
Het Lorentz Casimir komt nu goed uit met de huidige bedragen. ‘Al kunnen we voor extra geld uiteraard altijd goede bestedingen vinden. Wat onze school onderscheidt is de platte structuur en weinig management. We hebben geen teamstructuur, maar hebben korte lijnen via de vaksecties. Dat zorgt voor een heel efficiënte en prettige organisatie waar veel geld naar het primaire proces gaat.’
 
Onrechtvaardig
Cees Molsbergen van het Erasmus College maakt al bijna 20 jaar bezwaar tegen het huidige  bekostigingsstelsel. ‘Het verschil in bekostiging tussen twee volstrekt gelijke scholen, zelfde onderwijssoort, zelfde leerlingaantal, één gebouw, loopt nu op tot één miljoen euro per jaar. In 2014 is dat nog bevestigd door de Algemene Rekenkamer. De ene school is onderdeel van een bestuur met een locatie met beroepsonderwijs, de andere niet. Het huidige stelsel levert scholen die niet “op papier” gefuseerd zijn tot brede scholengemeenschap financieel dus al jaren nadeel op’, vertelt Molsbergen.
 
Voor het Erasmus College varieerde dat verschil de afgelopen jaren van 7 tot 9 ton per jaar op een omzet van 13 miljoen, volgens Molsbergen. ‘Dat heb ik altijd stuitend onrechtvaardig gevonden voor onze medewerkers en onze leerlingen. In het voorgestelde stelsel gaan we er uiteindelijk in 2025 ruim 5 ton op vooruit. Daarom ben ik tevreden dat het onrechtvaardige model gewijzigd gaat worden’, zegt Molsbergen.
 
Eerder nieuwe bekostiging
Wel betreurt Molsbergen dat het nog jaren duurt voordat het nieuwe model volledig is ingevoerd. ‘Vanaf 2021 krijgen we er in vier stappen geld bij. Maar dat betekent dat we nog zeker zes jaar minder geld krijgen dan volstrekt vergelijkbare scholen’, legt Molsbergen uit. Een overgangsregeling voor scholen die jarenlang veel minder bekostiging dan anderen ontvingen zou een optie kunnen zijn. ‘En het zou schelen als we direct of na twee in plaats van vier jaar alvast de nieuwe bekostiging ontvangen’, oppert Molsbergen.

Lees hier de Kamerbrief over het wetsvoorstel.