Zoeken
Aanmelden nieuwsbrief


Bezuidenhoutseweg 251-253
2594 AM Den Haag
Tel. 070-331 52 52
E-mail: vbs@vbs.nl
Routebeschrijving


Met het wegvallen van de bestedingsvoorschriften en de komst van de lumpsumbekostiging verdwijnen ook de piketpaaltjes voor het uitgeven van geld. Het is nu mogelijk om geld bestemd voor salarissen uit te geven aan de materiele exploitatie en andersom. Het is nu de uitdaging om middelen in het inzetten volgens het gekozen beleid en niet volgens de bekostigingscriteria. De vertrouwde bekostigingsnormen verdwijnen en daarvoor in de plaats komen eigen beleidsnormen. Deze omschakeling is lastig, daarom treft u hieronder ook een overzicht aan van kengetallen afgeleid van de bekostigingsnormen. Het overzicht start met de financiële kengetallen, waarmee u uw jaarrekening en begroting kunt toetsen.


Een aantal begrotingsinstrumenten heeft een werkblad kengetallen. Hier kunt u uw eigen normbedragen invullen met behulp van onderstaande kengetallen.


Financiele kengetallen:
Liquiditeit: geeft aan in hoeverre een organisatie op korte termijn aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
De formule is als volgt: vlottende activa/ schulden op korte termijn.
Een liquiditeit groter dan 1 wordt als voldoende gekwalificeerd, omdat tegenover de binnenkort vervallende schulden ten minste evenveel vlottende activa staan.


Solvabiliteit: geeft inzicht in de financieringsopbouw en geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen en het vreemde vermogen. Hiermee wordt bekeken in hoeverre een organisatie op langere termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen.
De formule is:  eigen vermogen/ totaal vermogen
Een solvabiliteit tussen de 40 % en 60 % is goed, tussen de 30 % en 40 % is matig en lager dan 30 % is slecht.


Weerstandsvermogen (in onderwijs): geeft het eigen vermogen weer ten opzichte van de baten. Dit kengetal geeft een indicatie van de financiële veerkracht en continuïteit na een calamiteit.
De formule is: eigen vermogen (stichtingskapitaal en algemene reserves)/ totale rijksbaten.
Let op: de bestemmingsreserves worden niet meegeteld.
Een weerstandsvermogen tussen de 5 en 15% is goed. Het risicoprofiel van de schoolorganisatie bepaalt of u richting de 5% of richting de 15% moet zitten.


Rentabiliteit: heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel een negatief bedrijfsresultaat.
De formule is: resultaat uit gewone bedrijfsvoering/ totale baten uit de gewone bedrijfsvoering.
Een rentabiliteit hoger dan 1 % is goed, tussen de -1% - 1 % is matig en lager dan -1% is slecht.