Zoeken
Aanmelden nieuwsbrief


Bezuidenhoutseweg 251-253
2594 AM Den Haag
Tel. 070-331 52 52
E-mail: vbs@vbs.nl
Routebeschrijving

Geen verplicht uitstel selectie VO [oa]


Op dit moment zijn er onvoldoende aanwijzingen dat een breed en voor alle scholen verplicht
uitstellen van het selectiemoment in het voortgezet onderwijs leidt tot een verbetering van schoolprestaties voor alle leerlingen. Maar in het huidige stelsel kunnen wel verbeteringen worden aangebracht om bestaande zwaktes tegen te gaan. Dat is het oordeel van de Onderwijsraad in het advies ‘Vroeg of laat’ naar aanleiding van de vraag of de vroege selectie bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs aangepast moet worden.

De vele wetenschappelijke studies geven onvoldoende steun voor een dergelijke algemene
maatregel. Nederland presteert internationaal gezien gemiddeld redelijk. De toestroom
naar het hoger onderwijs ligt bijna rond de 50 procent, ook de deelname van allochtone Nederlandse studenten gaat het aandeel in de leeftijdsgroep benaderen. Wel vraagt het rendement veel meer aandacht. Er zijn echter wel degelijk zwakkere punten in het onderwijsstelsel, waarvan naast de matige prestaties van de hoogst presterende groep, de geringere kansen van leerlingen met een lagere sociaaleconomische achtergrond de belangrijkste is. Dit probleem verdient aandacht, maar kan volgens de raad beter op een andere manier worden aangepakt dan door middel van een algemene verschuiving van het selectiemoment voor alle leerlingen. De raad bepleit maatwerk: sommige leerlingen hebben baat bij een langere oriënterende periode en de mogelijkheid om hun keuze voor een voortgezet onderwijstype uit te stellen; andere leerlingen hebben juist baat bij een vroege en gerichte keuze.


Aanbevelingen

Om geconstateerde zwaktes in het huidige stelsel tegen te gaan doet de raad de volgende aanbevelingen.

1.
Het selectievraagstuk begint niet pas bij de overgang van groep 8 van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Het is zaak om leerachterstanden zo vroeg mogelijk te signaleren en weg te werken. Slechte lezertjes in groep 3 en 4 moeten vroegtijdig worden opgemerkt en goed onderwezen. Een achterstand die daar ontstaat is heel moeilijk in te lopen. Het is bekend dat schakelklassen voor leerlingen van groep 8 enorme inhaaleffecten laten zien. Deze vooruitgang kan ook eerder in de schoolloopbaan worden geboekt.

2.
De kop-of voetklas – een extra jaar tussen primair en voortgezet onderwijs in – heeft zijn functie bewezen. De raad is voorstander van ‘voetklassen’: een extra jaar gekoppeld aan een school voor voortgezet onderwijs. Vooral voor leerlingen die wel de potentie hebben (bijvoorbeeld blijkend uit een intelligentietest), maar door taalachterstand onvoldoende vorderingen hebben geboekt, zijn voetklassen uitermate geschikt. In elke gemeente zou er een dekkend aanbod moeten zijn. Dat kan bijvoorbeeld door per regio te zorgen voor een bepaald aantal voetklassen bij een bepaald aantal leerlingen.

3.
Vooral leerlingen in afzonderlijke vmbo-tl-klassen (theoretische leerweg) lopen het risico lager te presteren en achter te blijven. Dit pleit voor gemengde brugklassen van vmbo-tl en havo. Leerlingen moeten in deze klassen in de doorstroomvakken op twee niveaus instructie krijgen en beoordeeld worden volgens vmbo-tl-normen en volgens havo-normen. Een aantal docenten in de doorstroomvakken heeft daartoe een havo-applicatie nodig. Uiteraard moeten de klassen dan ook bestaan uit zowel leerlingen met een vmbo-tl- als een havo-advies.

4.
Een sterk punt van het Nederlandse stelsel is de mogelijkheid om door te stromen en om opleidingen te stapelen. Dit kenmerk moet worden gekoesterd en waar mogelijk verfijnd. Momenteel stellen veel vo-scholen doorstroomeisen die opstroom belemmeren. Het is zaak dat rijksoverheid en sectororganisatie de scholen hierop aanspreken. Doorstroomregels moeten zo veel mogelijk transparant en objectief geformuleerd zijn. Ook dienen de mogelijkheden om op verschillende vooral hogere niveaus vakken te volgen en examen te doen, te worden verruimd. 

5.
Ongewenste negatieve effecten van het huidige stelsel, zoals segregatie tussen leerlingengroepen, kunnen worden tegengegaan door niet-doorstroomvakken gezamenlijk te organiseren. Vakken als gymnastiek, levensbeschouwing en cultuureducatie kunnen heel goed met leerlingen van verschillende schooltypen samen worden aangeboden. Scholen kunnen hier veel meer creativiteit laten zien, bijvoorbeeld kiezen voor interne hergroepering of samenwerkingsverbanden met andere scholen aangaan.

6.
De scheiding tussen algemeen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs moet minder strikt worden. Dit kan door bestaande routes (zowel van havo naar hoger beroepsonderwijs als van middelbaar naar hoger beroepsonderwijs) te versterken, maar ook door meer menging van algemene en beroepsgerichte leerinhouden. De vakkenpakketten in ieder geval op het havo en wellicht ook het vwo kunnen een of twee beroepsgerichte vakken omvatten, die aansluiten op en onderdeel zijn van de profielen. Voor het middelbaar, maar ook voor het hoger beroepsonderwijs is hier een rol mogelijk. De nu nog weinig gekozen gemengde leerweg in het vmbo wordt idealiter samengevoegd met de theoretische, zodat ook de vmbo-tl minimaal één beroepsgericht vak heeft.

7.
De raad stelt experimenten met juniorcolleges voor, die het goede van het primair onderwijs (zelfstandigheid van leerlingen, samenhang van vakken, één of twee leerkrachten) en het voortgezet onderwijs (inhoudelijke diepgang, volwassener sfeer) combineren. Dit kan door het stimuleren van een aantal ontwikkelprojecten die door schoolbesturen in primair en voortgezet onderwijs opgepakt worden. Het gaat dan om projecten waar groep 8 van de basisschool en klassen 1 en 2 van het voortgezet onderwijs in participeren. Het juniorcollege geeft toegang tot in principe alle soorten vervolgonderwijs.

8.
Als opdracht voor de wat langere termijn kunnen de mogelijkheden voor ‘eindtermenonderwijs’ verkend worden: de school voor voortgezet onderwijs met een klein centraal vastgesteld kernaanbod. In deze variant kiezen scholen in het voortgezet onderwijs zelf welke opleidingstrajecten zij aanbieden. Zij vullen het kernaanbod, de verplichte doorstroomvakken Nederlands, wiskunde en Engels op verschillende referentieniveaus, aan met een aanbod naar keuze, passend bij de capaciteiten, de leerstijl van de leergroep en de leerling en de doorstroomafspraken met het vervolgonderwijs.


Het complete advies ‘Vroeg of laat’ vindt u op: http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/573/documenten/vroeg-of-laat.pdf