Financiële kaders en plannen zijn onmisbaar voor een organisatie. Het zijn de afspraken die gelden op financieel gebied. Hoeveel geld kan uitgegeven worden, hoe moet het geld besteed worden, welke regels gelden hierbij? Sommige organisaties noemen deze financiële kaders ‘financiële doelen’. Maar geld kan nooit een doel zijn; het is een middel om inhoudelijke doelen te verwezenlijken. In dat opzicht moet het financiële beleidsplan dus een afgeleide of nadere uitwerking zijn van andere strategische (meerjaren)plannen waarin vooral de onderwijskundige missie en visie wordt verwoord en vastgelegd.
Dat wil niet zeggen dat in een financieel beleidsplan alles ondergeschikt gemaakt wordt aan wat in andere plannen staat. Financieel beleid bepaalt in belangrijke mate het kunnen voortbestaan van een organisatie en draagt tevens bij aan de cultuur van die organisatie. In sommige gevallen stelt een goed financieel beleid zelfs grenzen aan wat men op andere beleidsterreinen denkt te kunnen gaan doen.
In een goed financieel beleidsplan zorgt men niet alleen dat “hoger’ strategisch beleid vertaald wordt in kostenramingen, budgetten en rapportages. Financieel beleid moet ook werk maken van eigen doelstellingen en dus ruimte scheppen voor het volgende:
- Realiseer dat de bekostiging zoveel mogelijk daadwerkelijk wordt ingezet voor de primaire taak: het geven van goed onderwijs en het uitdragen van de identiteit (A).
- Zorg dat de continuïteit van de onderwijsorganisatie wordt gewaarborgd door het vormen van adequate reserves en voorzieningen en het realiseren van een sluitende exploitatie (B).
- Herverdeel de beschikbare middelen op een manier die getuigt van onderlinge solidariteit en die maakt dat individuele scholen niet onnodig worden getroffen door niet-verwijtbare tegenvallers (C).
- Handhaaf een zinvolle mate van financiële autonomie voor het schoolmanagement, biedt hen ruimte om in te gaan op de behoeften van de gemeenschap van ouders en leerlingen en stimuleer onderwijskundig ondernemerschap (D).
- Maak dat alle betrokkenen zicht hebben op de financiële werkelijkheden en biedt hen de mogelijkheid om een actieve rol te spelen bij begrotings- en budgetteringsactiviteiten (E).