In een goed beleidsplan zijn doelstellingen opgenomen. Ze verwoorden wat een school op onderwijs-, personeel- of financieel gebied wil bereiken. Een goede doelstelling beschrijft in heldere taal een gewenst resultaat en in een goed beleidsplan wordt tevens aangegeven hoe de verwezenlijking van dat resultaat kan worden gevolgd. Hoe gedetailleerd de doelstellingen moeten zijn, hangt af van het niveau waarop men (beleids)plannen maakt.
Op bestuursniveau moet vooral het gewenste resultaat centraal staan (wat?) en moet worden voorkomen dat ook de uitvoeringswijze (hoe?) al volledig is vastgelegd. In de uitvoering moet men het management ruimte geven. Zij zijn de professionals die op eigen wijze gaan werken aan de door het bestuur vastgelegde doelen. Regelmatig informeren zij het bestuur over de voortgang en de geboekte successen. Zorg daarom dat niet alleen de doelstellingen maar ook de ‘indicatoren voor doelverwezenlijking’ (dus: welke informatie maakt duidelijk of het goed gaat) glashelder zijn.
Omdat aan nieuw en staand beleid kosten kleven, is het van belang dat de kosten van die beleidsuitvoeringen goed worden begroot en een herkenbaar deel uit maken van de begroting. Het gaat er immers om dat een goed evenwicht wordt gevonden tussen de effectiviteit van het beleid (de doelverwezenlijking) en de efficiency van de beleidsuitvoering (doelmatigheid). Alleen in die situatie is er sprake van een in alle opzichten volwassen beleid. Via de periodieke, inhoudelijke en financiële managementrapportages houdt het bestuur de effectiviteit en efficiency in de gaten. Een beperkt aantal ken- en stuurgetallen kunnen daarbij helpen.